Buck Perry Spoonplug

In 1946 patenteerde Buck Perry de Spoonplug, een hybride kunstaas ontworpen om het gat tussen een lepel en een plug te overbruggen. In plaats van alleen als lokmiddel te dienen, werd de Spoonplug ontwikkeld als een technisch instrument voor dieptepeiling. Het stelt een visser in staat om systematisch het onderwaterreliëf te verkennen, wat helpt bij het bepalen van de precieze diepte en snelheid die nodig zijn om een aanbeet uit te lokken. Hoewel de vroege verkopen bescheiden waren, bevestigde een promotiecampagne in Chicago in 1957, met succesvolle demonstraties op Lake Marie samen met schrijver Tom McNally, de methoden van Perry, zelfs in wateren met een hoge hengeldruk.
De kern van Perry's bijdrage aan de hengelsport was zijn theorie van Structure Fishing (structuurvissen). Hij stelde dat roofvissen, met name baars, niet willekeurig verspreid zijn, maar gebonden zijn aan specifieke onderwaterkenmerken zoals taluds, hellingen en beddingen. Perry typeerde deze structuren als "snelwegen" voor vismigratie. Zijn systeem zette vissers ertoe aan om verder te kijken dan de traditionele inspanningen in ondiep water en zich in plaats daarvan te concentreren op diepwaterstructuren waar grotere roofvissen het grootste deel van hun tijd doorbrengen.
De praktijk werd uiteindelijk bekend als "Spoonplugging", een benadering die Perry documenteerde als zowel een kunst als een wetenschap. De methode vertrouwt op de Spoonplug als een hulpmiddel om de onderwateromgeving in kaart te brengen en de bewegingen van vissen te begrijpen in relatie tot het bodemterrein.